Nieuws

Misschien kunnen we wel langer wachten met groot onderhoud

Misschien kunnen we wel langer wachten met groot onderhoud

Interview met Christiaan Sijmons, technisch expert bij de Koninklijke Schiphol groep


Kun je met alle beschikbare data een voorspellend model bouwen om de start- en landingsbanen van Schiphol tijdig, maar niet te vroeg, te onderhouden?

Christiaan Sijmons komt net uit de nachtdienst als we elkaar spreken. Dat zit zo: hij en zijn collega’s hoorden dat luchthaven Frankfurt gebruik maakt van een speciale vrachtwagen met sensors en een verzwaarde achterkant. Die vrachtwagen kan in drie uur tijd de kwaliteit van de fundering van een hele landingsbaan in kaart brengen. Dat maakte nieuwsgierig. Zou die vrachtwagen ook iets voor Schiphol zijn? Afgelopen week was de Polderbaan dicht voor onderhoud en dus konden hij en zijn collega’s de vrachtwagen eroverheen laten rijden.

Sijmons is verantwoordelijk voor de technische eisen die aan de banen worden gesteld. Daarvoor is het nodig om zicht te krijgen op hoe lang het asfalt meegaat. Tot nu toe onderzoeken ze dat door zware gewichten op de banen te laten vallen om de vervorming van het asfalt te meten, zogenaamde valgewicht deflectiemetingen. Maar na vier uur intensief meten, heb je dan alleen nog maar de middenlijn in kaart gebracht. De vrachtwagen werkt sneller en efficiënter, er wordt nog van alles extra gemeten.

En, wat leverde de metingen van de vrachtwagen op?

‘De proef lijkt goed te zijn verlopen. De uitslagen zijn er nog niet – met een week of twee weten we meer. Uiteindelijk willen we hiermee bereiken dat we sneller en meer kunnen meten, om zo betere afwegingen te kunnen maken voor het uitvoeren van onderhoud.’

 Jij bent ook bezig met het verduurzamen van de eisen. Kun je hier een voorbeeld van geven?

‘Als je bitumen – bindmiddel van asfalt – kunt gebruiken die op een langere temperatuur “smelt”, kost het maken van nieuw asfalt minder energie. Ook kun je asfalt hergebruiken, dan heb je minder nieuwe grondstoffen nodig. Dat laatste doen we trouwens al volop; zo’n 60% van de midden- en onderlaag van onze landingsbanen hebben we hergebruikt. We kijken dus hoe we efficiënter kunnen werken.’

Gaat het je dan om kostenbesparing of milieuwinst?

‘Beiden. Zelf vind ik het leuk om nieuwe dingen te proberen en daarvoor samen te werken met mensen die nog meer van asfalt afweten dan ik. Binnen de kaders kijken we wat we beter of slimmer kunnen doen, en wat mij betreft ook liefst met nieuwe technologie.’

Jullie ontwikkelen ook een asfaltdegradatiemodel.

‘Dat loopt naast de proef met de vrachtwagen. We hebben met TNO net een vooronderzoek afgerond om te zien of we op basis van statistische modellen en de gegevens die we nu al verzamelen een asfaltdegradatiemodel kunnen ontwerpen dat kan voorspellen wanneer wat vervangen moet worden. Zo’n voorspellend model werkt onder meer met data van valgewicht deflectiemetingen, inspecties met een camera op een auto, visuele inspecties en de materiaaleigenschappen van het asfalt dat er ligt en ook grotendeels door Heijmans is verzameld.’

En? Is dat mogelijk?

‘De voorzichtige conclusie is dat we niet over voldoende kwalitatief goede data beschikken om zo’n model te kunnen ontwikkelen.’

Wat eerlijk van TNO.

‘Ik verwachtte ook niet anders. Het lijkt erop dat we nu wat te snel onderhoud uitvoeren. Bij rafeling, steenverlies aan het oppervlak van het asfalt, plannen wij al onderhoud in. Misschien kunnen we langer wachten met groot onderhoud, maar dat risico durven we nu nog niet te nemen. We zouden dus graag meer voorspellingen kunnen doen.’

Je wilt kunnen voorspellen wat er nodig is qua onderhoud?

‘Ja, asfaltdegradatiemodellen zijn een hulpmiddel bij preventief onderhoud. Onze baanonderhoudstrategie is afgestemd op dat luchtvaartmaatschappijen er zo min mogelijk hinder van ondervinden, maar vooral ook op het rijk, die hinder voor de omgeving wil voorkomen. Als gevolg daarvan worden sommige banen meer belast en de banen die geluidshinder voor de omgeving veroorzaken, juist minder. Daardoor moeten we het onderhoud aan onze banen goed timen. Maar het zou kunnen zijn dat banen die minder intensief worden gebruikt, ook met minder onderhoud toe kunnen. Misschien is iedere 11 in plaats van iedere 7-9 jaar wel voldoende. We hoopten dat TNO dat met een model zou kunnen voorspellen.’

Wat kunnen we verwachten van de presentatie die je op 11 juni met TNO geeft?

‘Ik leg eerst de context bij Schiphol uit. Mijn collega van TNO zal iets vertellen over de modellen die ze voor andere opdrachtgevers hebben ontwikkeld. Bij zo’n asfaltdegradatiemodel zijn veel meer partijen gebaat, zoals gemeenten en provincies. Waarom organiseren we dat niet centraal en delen we die kennis niet met elkaar? Daarover willen we het vervolgens hebben in het panelgesprek.’

Benieuwd naar de bijeenkomst van 11 juni? Meer informatie vind je hier.