Nieuws

Iemand moet die robotmaaier ook aansturen
Jeroen Endhoven (Heijmans) en Christiaan Sijmons (Schiphol)
Tijdens de themabijeenkomst van 11 juni (óp luchthaven Schiphol!) gaan we dieper in op de bijzondere samenwerking tussen Schiphol en assetmanager Heijmans. Hoe ziet die er in de praktijk uit?
Als het gras rond de start- en landingsbanen van Schiphol te lang is, gaan vogels zich daar in nestelen. Dat is gevaarlijk, de vogels kunnen in de motoren van de vliegtuigen komen. Op ieder moment rijden er daarom minstens drie bird controllers rond op de luchthaven en ’s nachts maait een ploeg het gras om de banen heen. Maar moeten die grasmaaiers wel door mensen bemand worden? Of kan het ook met robotmaaiers?
‘Met de vergrijzing neemt ook de krapte op de arbeidsmarkt toe,’ zegt Jeroen Endhoven. ‘Maar iemand moet die robotmaaier ook aansturen. Je moet weten wat de wet- en regelgeving rondom onbemande voertuigen is, en die apparaten hebben regelmatig onderhoud nodig.’
Endhoven is tegenwoordig transitiemanager assetmanagement bij Heijmans. Voordat hij die rol kreeg, was hij zes jaar lang projectmanager bij Heijmans voor het banenonderhoud op Schiphol en verantwoordelijk voor alle zes start- en landingsbanen, de taxibanen – en dus ook alle grasvelden tussen die banen. Voor de proef met de robotmaaier werkt Heijmans intensief samen met Schiphols innovatiemanager Rens Kamerling en technisch expert Christiaan Sijmons.
Samen kijken
In 2020 startten ze met één proefveldje. Inmiddels rijden er drie robotmaaiers autonoom op de airside. Ze worden aangestuurd via een app en die zit op de telefoon van Christiaan Sijmons (Schiphol). ‘Vandaag zag ik een paar storingen, ik heb een bird controller gevraagd om het apparaat te resetten. Hopelijk doet hij het nu weer gewoon.’
De robotmaaier moet ervoor gaan zorgen dat Schiphol met minder personeel toe kan, ook ’s nachts. Endhoven: ‘Maar het vergt kennis van nieuwe regelgeving rondom autonome voertuigen. En wij konden een deel implementeren, maar Schiphol moest met stakeholders om de tafel en zorgen dat er voldoende technische kennis aanwezig was als de robotmaaier werkt.’ Sijmons: ‘Er is nog geen regelgeving voor autonome voertuigen. Dat maakt het een uitdaging. We zijn de eerste grote Europese luchthaven die dit op deze schaal wil gaan toepassen.’
De robotmaaiers onderhouden nu zo’n 2-5% van het gras. Sijmons zou de proef graag verder uitrollen. ‘We bouwen nog extra veiligheidssystemen. Als het gps-signaal verstoord raakt, moet de robot geen gekke dingen gaan doen. Als we eenmaal zijn uitgetest gaan we de toezichthouder vragen of we ze mogen inzetten. Zij gaan dan toetsen of we alles gedaan hebben om het systeem veilig te kunnen gebruiken.’
Strategisch partnerschap
Heijmans en Schiphol hebben al jaren een strategisch partnerschap. Endhoven legt uit: ‘Schiphol brengt Heijmans stabiliteit; omgekeerd brengen wij Schiphol onderhoudscapaciteit. Door onze kennis te bundelen, kunnen we elkaar uitdagen en het onderhoud van de luchthaven verder ontwikkelen. Heijmans kent de omgeving, denkt mee en we zeggen het ook eerlijk als iets niet kan.’
Of ze afhankelijk van elkaar zijn? Endhoven denkt even na en zegt dan: ‘Ja. Tijdens covid kon je dat goed zien. Er waren onderhoudsafspraken gemaakt, maar de luchthaven had minder inkomsten. Dan moet je samen kijken wat belangrijk is voor de lange termijn en wat er wettelijk gedaan móet worden. Maar Heijmans heeft ook iets moeten inleveren. Strategisch partnerschap aangaan, betekent samen kijken naar de uitdaging die voor je ligt.’
Sijmons werkt intensiever samen met zijn collega’s bij Heijmans of andere Main Contractors, dan met collega’s die bij Schiphol op bijvoorbeeld de afdeling financiën zitten. Samen vormen ze een ecosysteem: ze wisselen kennis uit en doen proefjes naar manieren om slimmer en efficiënter te werken. Daarmee slaan ze drie vliegen in één klap: het is uitdagender voor hemzelf, efficiënter voor Schiphol én als niet telkens opnieuw het wiel hoeft te worden uitgevonden, is dat ook nog eens beter voor de BV Nederland.
Signaal verstoord
Als de goedkeuring er is, wil Schiphol de robotmaaier eerst inzetten rondom de polderbaan, die wat meer afgelegen ligt dan de rest. Sijmons: ‘Dan kunnen we het verschil in vogeldruk meten en zo kijken wat de ideale grashoogte is. Spreeuwen bijvoorbeeld hebben een voorkeur voor kort gras, maar muizen, die ook weer roofvogels aantrekken, hebben een voorkeur voor langer gras. En roofvogels vormen een groter risico dan spreeuwen.’
Endhoven: ‘Die robotmaaier moest zich eerst bewijzen. Nu staan we voor de vraag: willen we dit opschalen? Als het niet genoeg capaciteitswinst oplevert, dan hebben we het geprobeerd maar dan stoppen we er weer mee. Dit is een proef. Wat het ons vooral gebracht heeft, is dat we geleerd hebben om op een andere manier samen te werken.’
Meer weten over de bijeenkomst van 11 juni? Meer informatie vind je hier.