Artikelen
ProRail: Teams moeten leren denken in risico’s
David Muller is manager asset strategie bij ProRail, dat verantwoordelijk is voor het beheer van het hele spoorwegnet van Nederland. Maar budgetten krimpen. Hoe krijgt zijn afdeling het voor elkaar om meer met minder te doen?
Er is te weinig geld voor onderhoud van het spoor, hoe komt dat?
‘We krijgen minder geld voor onderhoud vanuit het ministerie. Budgetten worden de komende jaren steeds iets kleiner. We hebben afspraken gemaakt wat we dan nog wel en wat we niet meer kunnen doen. Aan de huidige eisen kunnen we met het geld dat de komende jaren beschikbaar is, niet blijven voldoen. We zullen dus scherpe en moeilijke keuzes moeten maken in de assetmanagement driehoek kosten-prestatie-risico. De overheid kampt met veel thema’s waar urgent geld voor nodig is, zoals defensie en de woningcrisis. Dat heeft ook effect op ons.’
Jullie gaan het onderhoud nu anders organiseren?
‘We wilden al een tijdje op een andere manier onderhoud gaan doen, meer risicogedreven. We vertalen de afspraken die we met het ministerie hebben gemaakt nu naar assetmanagement doelstellingen. Via de Line of Sight zetten we de strategische doelstellingen om in operationele, zodat de invloed van onderhoud op de strategie van ProRail zichtbaar wordt.’
En wat houdt die andere manier van werken verder in?
‘We willen weten welke risico’s het met zich meebrengt als we onderhoud uitstellen, zodat je risicogedreven afwegingen kunt maken. Wat kunnen we uitstellen, wat niet? Vroeger maakten techneuten dit soort beslissingen zelf. We willen nu meer aan de voorkant sturen door vooraf een scenario te kiezen dat vervolgens richting geeft aan de assetmanagement plannen. Het zijn lastige keuzes die we moeten maken. Nu middelen schaars zijn, is het belangrijk om vooraf de juiste richting mee te geven.’
Kun je een voorbeeld van zo’n risico geven?
‘We zullen verschillende onderhoudswerkzaamheden met elkaar moeten vergelijken en de komende jaren vaker dingen niet kunnen doen. Neem het schouwpad, de inspectiepaden langs het spoor waar inspecteurs langs kunnen lopen zonder dat treinen er voor stil hoeven te worden gezet. Een inspecteur kan zo bijvoorbeeld een bovenleidingportaal of spoorstaaf controleren. Als er kuilen in die paden komen, kan het een keer gebeuren dat een inspecteur zijn enkel verzwikt. Maar het onderhoud aan die schouwpaden heeft niet direct invloed op de prestaties of op de veiligheid van het treinverkeer. Of als een leidingonderbreker in de bovenleiding stuk gaat en een storingsploeg eropaf moet worden gestuurd, dan kunnen treinen een paar uur niet rijden over dat traject. Welke risico’s vinden we acceptabel? Welke risico’s kunnen we nemen zonder dat de spoorveiligheid in het geding komt?’
En die risico’s brengen jullie nu voor alle aspecten van ProRail in kaart?
‘Ja we gaan de komende tijd voor alle assetmanagement plannen de risico’s plotten in onze eigen risicomatrix: de kans waarop het gebeurt versus de impact die het zou hebben. Lage kans en lage impact, dat krijgt de kleur groen, is er een hoge kans en heeft het grote impact, dan krijgt het de kleur rood. Zo ontstaat er een ranking. De oranje en rode risico’s vinden we onacceptabel. Rudolf heeft dat al gedaan voor de groenvoorziening, de andere onderdelen binnen ProRail zijn er nog volop mee bezig. Dat is ook een leerproces; teams moeten leren om te gaan denken in risico’s.’
Hoe komen jouw werk samen met dat van je collega’s Rudolf en Niek, die ook op 26 november zullen spreken?
‘We hebben een strategisch assetmanagement plan geschreven, dat hopen we dit jaar definitief te maken. Daarin staan de hoofddoelstellingen. Daaronder komen de plannen van de verschillende assetgroepen, naast groenbeheer (waar Rudolf aan heeft gewerkt) ook bijvoorbeeld de energievoorziening en kunstwerken. In ieder plan worden verschillende scenario’s uitgewerkt, zodat er keuzes kunnen worden gemaakt. Die dienen weer als uitgangspunt voor onderliggende onderhoudsplannen, zoals de strategie voor Klein Onderhoud waar Niek zich mee bezighoudt.’
Wat betekent dat straks voor de contracten die jullie met aannemers afsluiten?
‘We willen kleinschalig dagelijks onderhoud en grootschalig onderhoud meer samen gaan beschouwen. Als je vervanging uitstelt, zul je meer dagelijks onderhoud moeten doen. Andersom kan het soms zinvoller zijn om niet te kiezen voor vele kleine reparaties maar ineens voor vervanging. We willen meer gaan samenwerken; van de aannemer horen wanneer iets vervangen moet worden of vragen om een asset juist langer te onderhouden. Dat betekent met elkaar keuzes maken. Die nieuwe werkwijze moet uiteindelijk een besparing gaan opleveren.’